Basketbalzalen blijven nog altijd gesloten om een verdere verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Steven Callens, professor infectieziekten van het UZ Gent, geeft wat uitleg.

Via zweet zal het coronavirus zich alvast niet verspreiden. “Een virus zal nooit te vinden zijn in zweet. Dat wordt geproduceerd in zweetkliertjes. Die kliertjes hebben geen receptoren voor deze virussen. Maar tijdens de sportbeoefening kan je wel zwaarder beginnen ademen. Je kan ook neusloop ontwikkelen. Bij besmetting zit het virus voornamelijk in de neus, keel en longen, dus op die manieren kan het virus zich wel snel verspreiden. Sporten zal dus nooit helemaal onschuldig zijn”, vertelt Callens in De Morgen.

“Bij ploegsporten als basketbal zal je constant contact hebben. Je komt dicht bij elkaar op een sportveld, dus dan doorbreek je die anderhalve meter. De duur waarbij je in contact komt met iemand anders neemt hier ook veel meer toe. Dat zijn gevaarlijke momenten waarop het virus zich snel kan verspreiden. Bij zulke sporten zijn er meestal ook gemeenschappelijke douches aanwezig. In die warme en vochtige omgeving, waar je meestal een tijdje aanwezig bent, kan dat virus gewoon zijn gangetje gaan. Je zou dat nog kunnen oplossen door gefaseerd te douchen, maar we weten allemaal dat we daar in de groepsdynamiek niet even gedisciplineerd mee zullen omgaan. Als je sporten als deze dus opnieuw zou toelaten, vergroot je de kans op verspreiding.”

“Minister Ben Weyts (N-VA) heeft concrete voorstellen gedaan vanuit het middenveld. Het is aan de expertengroep GEES om te modelleren wat de risico’s op nieuwe opstoten zijn. Daar moet je een bepaalde grens op zetten van wat wel en niet kan. “Maar sport moet ook samen met cultuur en onderwijs in het bredere plaatje gezien worden. Er zijn veel facetten die daarin meespelen. Je kan dus niet alles in één keer loslaten. Je moet hier een zekere prioriteit in stellen, maar dat kan in ieder land verschillen. Het basisprincipe blijft in ieder geval hetzelfde: de kans op nieuwe besmettingen moet zo klein mogelijk gehouden worden. Het is aan de GEES-groep om daar gewicht aan te geven.”

Topnieuws ontvangen Ja, graag Neen, dank u